5 januari 2016

Getuigenissen

Overdenking – Mijn “nooit weer” lijst van Jan Bruins

1. Ik zal nooit meer zeggen: “ik kan niet”, want ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft (Filippenzen 4:13)

2. Ik zal nooit meer gebrek belijden, want mijn God zal in ál mijn behoeften naar zijn rijkdom, heerlijk voorzien, in Christus Jezus (Filippenzen 4:10)

3. Nooit zal ik meer vrees belijden, want God heeft mij niét gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, liefde en van bezonnenheid (2 Timotheus 1:7)

4. Nooit zal ik meer de nederlaag blijde, want God zij gedankt, die ons te allen tijde in Christus doet zegevieren (2 Korintiërs 2:14).

5. Nooit zal ik meer de overmacht van satan over mijn leven belijden, want “Hij die in mij is, is meerder dan die in de wereld is (1 Johannes 4:4).

In 1975 heeft Jan Bruins, na een geheugen bijbelcursus gedaan te hebben, dit lijstje op een met de hand geschreven kaartje gemaakt. Het heeft al die jaren in de bijbel gelegen. Neem het over, leer die teksten uit het hoofd en leg het in je bijbel het zal je rijk maken!!!


Hannie de Vries

HanniedeVriesOmdat ik het moeilijk vind om voor een groep te spreken heb ik met een zuster uit de gemeente overlegt hoe ik nader kennis kan maken met de gemeente. Wanneer je mijn getuigenis leest en mijn voorgeschiedenis dan begrijp je misschien waarom ik het moeilijk vind om in een grote groep mijn verhaal te vertellen. Dus heb ik mijn getuigenis verteld aan deze zuster en zij heeft het voor mij opgeschreven. Als je, nadat je het hebt gelezen, nog vragen hebt of mij beter wilt leren kennen, kom dan na de kerkdienst naar mij toe.

Mijn beide ouders waren “reizigers”, dat zijn bewoners van een woonwagenkamp. (zo noemen wij onszelf) Ik ben 62 jaar, en 24 jaar geleden heb ik een radicale omkeer in mijn leven meegemaakt.
Ons gezin telde 13 kinderen, waarvan er nu nog 12 kinderen leven. Sinds generaties zijn er alcoholproblemen in de familie, en er was altijd geldgebrek. Door allerlei problemen en de grootte van ons gezin kregen wij niet de aandacht en liefde van onze ouders die wij als kinderen nodig hadden. Gelukkig hadden we het als kinderen onder elkaar goed, dat maakte het wel een stuk fijner.
Nadat ik 3 jaar op de lagere school was geweest en ongeveer 10 jaar was, ben ik van school gegaan en mijn moeder thuis gaan helpen in het gezin.

Toen ik 19 jaar was ben ik getrouwd met een man die ik in het café had ontmoet. Mijn man kwam ook uit de reizigers wereld en verdiende goed de kost. Op financieel gebied kwam ik niets tekort, maar er was altijd een leegte van binnen en ik verlangde zo naar liefde.
Natuurlijk was ik dit van huis uit gewend en accepteerde lange tijd de situatie zoals die was.
We kregen 2 zonen, maar ondanks dat ik geen financiële zorgen had en 2 kinderen waar ik gek mee was, ging ik me steeds ongelukkiger voelen, ik voelde me leeg en doelloos. Ik was snel boos, maakte dan ruzie, vloekte en was snel chagrijnig. Op feestjes dronk ik teveel, kortom, het was niet leuk om met mij samen te leven.
Maar ik was niet tevreden en blij met mijzelf, ik wilde veranderen, niet meer vloeken en niet meer zo snel boos worden. Ik wilde zo graag hiermee stoppen, maar dat lukte mij niet.
Op een dag zei ik tegen God: als U wilt dat ik stop, dan zult U mij moeten helpen want het lukt mij niet en ik wil het zo graag.
Vlak daarna kwam mijn zus bij mij op bezoek en zij begon te vertellen over de Here Jezus, over de vrede en de rust die Hij geeft, het eeuwige leven en Zijn liefde.
Daar was ik zo naar op zoek, daar verlangde ik naar.
Samen met met mijn zus heb ik het zondaars gebed gebeden, God om vergeving gevraagd voor al mijn zonden en gevraagd of Hij in mijn leven wilde komen.
Mijn zus heeft mij uitgenodigd om mee te gaan naar een kerkdienst in Zwolle, naar haar gemeente, de “Woonwagenzending”. De meeste mensen die daar komen, zijn afkomstig uit de reizigers wereld. Het was Pasen, de preek ging over de Heer Jezus, er werd verteld dat hij niet meer dood is, maar is opgestaan en leeft. Er werd gezongen , alles kwam zo bij mij binnen, het raakte mij zeer diep. Ik moest zo huilen, alle verdriet kwam naar boven.
Maar God zij dank, ik was helemaal veranderd. Ik stopte met het schelden, vloeken en ruzie maken.
Mijn man begreep er niets van, ik was zo veranderd en omdat ik niet meer met alles meedeed kwam er verwijdering tussen mijn man en mij. Hij wilde dat ik meeging naar het café en soms deed ik dat voor de lieve vrede, maar dronk niet. Wanneer ik iets moeilijk vond omdat het tegen Gods woord inging, dan had ik het gevoel dat hij mij ging uitdagen. Het zorgde voor spanningen in huis. Het was een bijzondere tijd, ik was zo blij met wat ik had gekregen door mijn bekering, maar mijn man begreep er niets van en had moeite met de veranderde situatie. Nadat het zo 3 jaar had geduurd wilde mijn man een eind maken aan ons huwelijk. Hij wilde dat ik de scheidingspapieren ging halen, maar dat heb ik geweigerd.

Ik kreeg toen een droom van God;
Er zat glas tussen mijn man en mij, en in het voorportaal zat een kind in elkaar gedoken. Toen knapte het glas kapot. Ik begreep het niet helemaal, maar iemand uit de gemeente heeft mij een verklaring gegeven. Het glas stond voor de muur tussen ons beiden, doordat het glas knapte zou er weer een soort verzoening zijn. Maar mijn man gaf aan dat hij de “oude” Hannie wel terug wilde, maar niet de “nieuwe” Hannie.
Na 3 jaar heeft mijn ex-man toen de woning verlaten en kwam er rust in huis.
Door alle opgekropte spanningen heb ik toen een burn-out gekregen en heb een heel moeilijk jaar gehad. Ik lag veel op de bank en was tot weinig in staat.
Tot God heb ik geroepen en gebeden voor kracht om alles los te kunnen laten, dat vond ik erg moeilijk.
Toen kreeg ik s’nachts van God een droom en in die droom zong ik het volgende lied;

Ik prijs u God, Heer van t’heelal, De Vredevorst, die komen zal, ik prijs U Heer,
Want U regeert in mij.
En ik dien geen andere heer, geen afgod en geen koning, Ik verlang alleen naar U, mijn hart is U tot woning,
En met mijn hart, hef ik ook mijn handen op.

Aan het voeteneind zat een man, hij riep heel hard: houd je mond. Dit was de boze die probeerde mij de mond te snoeren. Ik werd wakker en besloot, ik blijf zingen.
Diezelfde morgen ging ik naar de kerkdienst en merkte dat ik vrij was, vanaf die tijd regeerde de Heer Jezus in mijn hart.
Een tijdje daarna was er onze kerk een vrouwendienst en tegelijkertijd was er een communiefeestje. Ik koos ervoor om naar de vrouwendienst te gaan, maar tegelijkertijd was ik erg verdrietig vanwege mijn scheiding. Toen ik in bed lag toonde God mij in een beeld de boosheid van de wereld, het vloeken, de ruzies. Daar tegenover stelde Hij de vrede, rust liefde en de geborgenheid die er is voor diegene die bij de Heer Jezus horen. Dat gaf zo’n rust en toen wist ik heel zeker dat ik de juiste keuze had gemaakt.
God heeft mij zoveel gegeven, mijn vragen leg ik aan Hem voor en Hij toont mij veel in dromen en gezichten. Hij heeft veel verborgenheden aan mij geopenbaard die ik zelf niet had kunnen bedenken. Als ik s’morgens wakker wordt heb ik meestal een lied in mijn hart en ik kan de hele dag wel zingen.
Met mijn beide ouders heb ik het zondaars gebed kunnen bidden voordat ze stierven, wie had dat kunnen bedenken. Met mijn beide zoons heb ik een goede relatie, ze wonen dicht bij mij en ik zie ze dagelijks. Ze respecteren mij zoals ik leef met God en zien mijn verandering. Ik heb ook kleinkinderen die regelmatig een dag mij mij zijn, ik ben dankbaar dat ik als Oma voor ze kan bidden. Soms heb ik gesprekken met vrouwen die het ergens moeilijk mee hebben. Dan mag ik ze vertellen van de Heer Jezus en wat Hij heeft gedaan voor mij toen ik het niet meer zag zitten.
God is zo genadig voor mij geweest, ik wil nooit, maar dan ook nooit meer terug naar een leven zonder God. Ik ben zo blij met alles wat God mij heeft gegeven.